Archive for the ‘Publicaties’ Category.

Blauw van verlangen

Groene Amsterdammer (naar artikel)
26 augustus 2000 

Er was eens iemand jarig maar die had alles al. Wat te doen? Gewone kadootjes kunnen niet en het lijkt het beste om iets te geven dat dezelfde avond weer opraakt. Lekkere hapjes uit een vreemd-eten winkeltje bijvoorbeeld. Of mallotige likeurtjes. Jarenlang was dit een bevredigende oplossing.

Inmiddels is de alleshebbende vriend geen uitzondering meer. Iedereen heeft alles al. De hapjes worden door de traiteur aan huis gebracht en likeurtjes drinken we bij voorkeur in het land van herkomst. Een verlanglijstje is een curiosum uit de vorige eeuw geworden. Als er al iets te wensen valt dan betreft dat steevast verlangens die omgekeerd evenredig zijn aan onze rijkdom: minder files; meer frisse lucht, minder drinken en meer tijd. Eigenlijk is ons aller grootste verlangen of het wat minder goed zou kunnen gaan.

En nu dus een berg. Nederland heeft dringend behoefte aan een eigen berg. Waarom geen koraalrif of een poolvlakte? Omdat een berg zo leuk contrasteert met het platte landschap? Of omdat een berg een hele hoop is. Lekker veel. Aan de ene kant zou ik zeggen: koester dit verlangen. Doe er alles aan om geen berg te krijgen, zodat we er tot het einde der tijden om kunnen jengelen. Aan de andere kant is het niet helemaal waar dat iedereen alles al heeft. Er is een groep Nederlanders die steeds minder vaak wordt uitgenodigd om mee te eten. Deze groep mensen weet precies wat verlangen inhoudt, vooral in de onvervulde vorm. Hoe verenig je al die motieven in één berg? Continue reading ‘Blauw van verlangen’ »

Blauw van verlangen

 

Groene Amsterdammer
26 augustus 2000

 

 

Tekst >

De visite is er

Arti et Amicitiae, Amsterdam – 2, 3 en 4 november 1999

De nieuwe maatschappij – jaargang 3 – nummer 6 – 1999

Vrijdag 5 november

De dag erna. Nog even kijken hoe het er in Arti bijstaat. Niemand meer te zien. De visite is naar huis. De zalen zijn weer opgeruimd – de muren weer afwachtend wit.

Donderdag 23 september

Als eind september blijkt dat er door noodzakelijke verschuivingen in de programmering begin november een gat van zo’n tien dagen valt, zijn er twee dingen mogelijk. Of de lopende de tentoonstelling wordt een week verlengd of er moet hals over kop iets anders bedacht worden: iets leuks. Dat leuke moet dan ook nog binnen vijf dagen te organiseren zijn. Het idee ontstaat om een aantal kunstenaarsinitiatieven van buiten Amsterdam te vragen. Elk initiatief krijgt een eigen ruimte en is zelf verantwoordelijk voor zijn uiteindelijke presentatie. Het is een plan dat kans maakt. Een groot deel van de organisatie zou hiermee gedelegeerd zijn, terwijl we tegelijkertijd (jonge) kunstenaars een prachtige ruimte bieden voor het maken en tonen van een nieuw werk. Alleen: is zoiets haalbaar, op zeer korte termijn en met een minimaal budget. Continue reading ‘De visite is er’ »

Weggegooid geld

 

HP / De Tijd – 14 mei 1999

 

HP / De Tijd – 18 juni 1999

 

HP / De Tijd – 8 oktober 1999

Mondriaans unvollendete

Nu nog een paar maanden. Straks nog een dag. Een laatste uur. Nog een minuutje de tijd om de champagne klaar te zetten en dan valt de deur achter ons dicht. Het tweede millennium is afgesloten. Het derde begint en we staan oog in oog met duizend lege jaren. We zullen er slechts enkele decennia van meemaken. Omdraaien kan niet meer, terugblikken wel. Was het tweede millennium ons millennium? Waren de jaren die we deelden met Dante, Mozart en Newton onze jaren? In dat perspektief is iedereen in dit millennium een tijdgenoot. Alsof we er zelf bij waren toen Masaccio de Brancaccikapel voorzag van louter meesterwerken. Zie je de snelheid waarmee zijn kwast de drogende kalk voorblijft? Voel je de dampige lucht? In onze jaren kijken we samen met Johannes Vermeer naar Delft. Het regent niet meer en de schilder heeft zojuist zijn werkzaamheden hervat. Onze tijd is vertrouwd; als de dag van gisteren. Continue reading ‘Mondriaans unvollendete’ »

Voor het open raam

De prijsvraag ‘Het meest autonome kunstwerk van 1998′ is een wedstrijd waar je niet zomaar aan deel kan nemen. Daarvoor is de vraag te absurd. Hoe kan je competitie voeren met de autonomie van een kunstwerk? Een autonoom kunstwerk is een bronzen beeld op een sokkel of een schilderij in een witte ruimte maar niet iets waar je een jury op loslaat. De begrippen autonomie en jurering staan zelfs haaks op elkaar.

Met deze prijsvraag wordt dan ook niet een aantal kunstwerken ter jurering voorgelegd maar het begrip autonome kunst. Wanneer is iets autonoom? Hoe vanzelfsprekend is de autonomie van de kunst? Nadat ergens halverwege de vorige eeuw kunstenaars zich bevrijd hadden van allerlei sociale en morele doelstellingen die aan het maken van een kunstwerk vooraf gingen is dat het geval. Destijds heette dat l’art pour l’art en het wordt nu autonome kunst genoemd maar de bedoelingen zijn hetzelfde: een kunstwerk beantwoordt alleen aan haar eigen regels en kent geen voorwaarden. Kortom niets dat houvast biedt voor jurering. De kunst is een vrijstaat; een kunstwerk bestaat alleen omwille van zichzelf.
Continue reading ‘Voor het open raam’ »

De Bijlage

Publicatie bij de tentoonstelling:
Het scheidend vermogen

ARTIS – Den Bosch
10 mei – 8 juni 1997

Omslagontwerp: Jan Dietvorst
Voorkant: Zeefdruk
Oplage: 350

Bijdrage: Cor Dera

Het Meeste komt Vaker Voor

Prof. Dr. J.K. De Vree

Het Meeste komt Vaker Voor


Prof.Dr. J.K. De Vree, hoogleraar in de Leer der Inter­nationa­le Betrek­kingen en ver­bonden aan de Utrechtse Facul­teit der Rechtsgeleerd­heid, bouwt al meer dan dertig jaar aan zijn alomvatten­de theorie van menselijk gedrag. Centraal daarin staat de wiskunde.

Op 29 september 1994 verschijnt, onder de kop `Een theorie van alles’, in het NRC-Han­delsblad een paginagroot artikel over het werk van Prof.Dr. J.K. De Vree (1938). Zijn theorie be­doelt een verklaring te geven voor het menselij­ke handelen in al zijn facetten, op alle maatschap­pelijke niveaus en in alle denkbare situaties. Ambitieus, maar met minder neemt hij geen genoegen: “Er is geen keus, alles hangt met alles samen. Wil je überhaupt iets aan een theorie hebben, dan moet ze van jongs af aan alle aspecten van het menselijk bestaan omvat­ten”. Inter­natio­nale betrekkin­gen of plaatselijke politiek, vreedzame samenwerking of oorlog: het zit er allemaal in verwerkt. “Met gewone taal lukt dat niet. Gedrag wordt gere­geerd door nuttig­heden. Wat betekent dat precies? Als je dat gaat uit­spitten, steeds nauwkeuri­ger probeert weer te geven, dan kom je vanzelf op een wiskundige vorm. In die taal kun je je namelijk veel krach­tiger, veel helderder uitdruk­ken dan in gewoon Neder­lands. Als twee individu­en met elkaar interacte­ren, dan kun je dat weergeven via een matrix. In natuurlijke taal kom je met zoiets niet uit de voeten. Eenvoudig is zo’n formele aanpak niet. De wiskunde laat je in de praktijk geen ander alternatief dan door te gaan tot het bittere einde.”

Op het moment werkt De Vree aan een artikel waaruit blijkt dat het hele begrip `rationaliteit’ in zijn theorie geen betekenis heeft. “Je kunt er gewoon buiten.”

Brief 1

Het Meeste komt Vaker Voor

Vrijdag 7 oktober 1994

In het NRC-Handelsblad van 29 september j.l. stelt een van uw critici, Dhr. Koppelaar: “Een ontmoeting van twee tijgers modelleert hij via differentiaalvergelijkingen alsof die tijgers die differenti­aalvergelijkingen in werkelijkheid oplossen. Dat is geen wetenschap, eerder kunst”.

Alsof een appel kennis moet hebben van de gravitatie wetten om te kunnen vallen en het heelal weigert uit te dijen zonder de constante van Hubble. Als de natuurwetten de ‘ziel’ zijn van de dode dingen dan kan ik me voorstellen dat een beweeglijke wiskunde, zoals die van matrices en differentiaalvergelijkin­gen, de gedragingen van de levende dingen kan beschrijven.

Interessant is het dat u blijkbaar probeert een wiskundige vorm te vinden voor alle aspecten van het menselijk bestaan. Dat dit afschu­welijk ingewikkeld is wil ik graag geloven.

Als beeldend kunstenaar geef ik Koppelaar graag gelijk: een ontmoe­ting voorstel­len als een differenti­aal vergelijking spreekt mij zeer tot de verbeelding. In mijn vorige tentoon­stelling (Breda, Lokaal 01, Mei 1994) heb ik geprobeerd erach­ter te komen of een aantal `droge’ feiten poëzie kunnen ople­veren. Met oog op de volgende expositie (Kunstruimte Kampen – maart 1995) zou ik u willen vragen: heeft Koppelaar gelijk? Kunt U een ontmoeting wiskundig voorstel­len? En blijft er in een derge­lijke verge­lijking iets zicht­baar van de sub­jectieve motieven; hoe intiem kan wiskunde worden? Maakt het voor u uit of het om een ont­moeting van twee mensen gaat of om groepen?

Waarschijnlijk komt het er op neer dat deze vragen buiten de orde liggen of te simpel zijn, maar zou u kunnen aangeven waar de raak­vlak­ken dan wel liggen?

Ik begrijp dat u voor de beantwoording van deze vragen geneigd bent te verwijzen naar uw publicaties, en gelijk heeft u, maar ik zou er waar­schijnlijk niets van begrijpen. Mijn is eerste vraag is kortom: kunnen we over genoemde onderwerpen corres­ponderen?

Met de vriendelijke groeten,