Zegt de Ander

Interactieve video, touchscreen 93 x 50 x 7 cm, September 2007

“Ik ben een vreemdeling op aarde”
“Jij bent een vreemdeling op aarde”
“Wij zijn vreemdelingen op aarde”

Wanneer wij elkaar voor het eerst ontmoeten, is de een dan meer ‘vreemdeling’ dan de ander? Vaak lijkt dat zo. Wanneer de een meer recht van spreken meent te hebben dan de ander. Omdat hij in zijn vertrouwde omgeving is bijvoorbeeld en niet op reis. Maar eigenlijk doet dat er helemaal niet toe: als twee mensen elkaar ontmoeten waarbij een de zogenaamde vreemdeling is, dan zijn het allebei vreemden voor elkaar.

De een benadert een vreemde met nieuwsgierigheid, de ander met achterdocht. De een uitnodigend, de ander afwijzend. Open of vol vooroordelen. Onze benadering is onvoorspelbaar voor de ander. Zoals we zelf ook met onvoorspelbare reacties worden geconfronteerd. Alles begint klein, ook de grote gebeurtenissen.

Het werk: In de interactieve video Zegt de Ander is de toeschouwer getuige van een reeks willekeurige ontmoetingen tussen twee mensen. Mannen, vrouwen, buitenlanders, Nederlanders, oud en jong. De manier waarop ze op elkaar reageren is niet te voorspellen. Elke combinatie leidt tot een eigen situatie. Zodra een bezoeker van de tentoonstelling zich er mee bemoeit door het touchscreen aan te raken richt dat personage zich tot de bezoeker met een onvoorspelbare houding. Dit werk is speciaal voor de opdracht van het Bijbels museum ontworpen.

Gebruikte Techniek: Machinima (een samenvoeging van machine en animatie) is een populair filmgenre waarbij men vrijwel uitsluitend gebruik maakt van een computerspel. De film wordt hierbij binnenin het spel opgenomen. Het spel waarbinnen Zegt de Ander is opgenomen is Sims2. De personages zijn daarbij voor een bluescreen geplaatst. Hierna worden de films gemonteerd met een video-editing programma. De gebruikelijke Machinima technieken leiden doorgaans tot een film. In dit geval was het noodzakelijk om interactie toe te voegen. Dat gebeurd met flashvideo en flash/xml. Het geheel kan door het publiek intuïtief bestuurd worden middels een touchscreen.

Blauw van verlangen

Groene Amsterdammer (naar artikel)
26 augustus 2000 

Er was eens iemand jarig maar die had alles al. Wat te doen? Gewone kadootjes kunnen niet en het lijkt het beste om iets te geven dat dezelfde avond weer opraakt. Lekkere hapjes uit een vreemd-eten winkeltje bijvoorbeeld. Of mallotige likeurtjes. Jarenlang was dit een bevredigende oplossing.

 

 

Inmiddels is de alleshebbende vriend geen uitzondering meer. Iedereen heeft alles al. De hapjes worden door de traiteur aan huis gebracht en likeurtjes drinken we bij voorkeur in het land van herkomst. Een verlanglijstje is een curiosum uit de vorige eeuw geworden. Als er al iets te wensen valt dan betreft dat steevast verlangens die omgekeerd evenredig zijn aan onze rijkdom: minder files; meer frisse lucht, minder drinken en meer tijd. Eigenlijk is ons aller grootste verlangen of het wat minder goed zou kunnen gaan.

En nu dus een berg. Nederland heeft dringend behoefte aan een eigen berg. Waarom geen koraalrif of een poolvlakte? Omdat een berg zo leuk contrasteert met het platte landschap? Of omdat een berg een hele hoop is. Lekker veel. Aan de ene kant zou ik zeggen: koester dit verlangen. Doe er alles aan om geen berg te krijgen, zodat we er tot het einde der tijden om kunnen jengelen. Aan de andere kant is het niet helemaal waar dat iedereen alles al heeft. Er is een groep Nederlanders die steeds minder vaak wordt uitgenodigd om mee te eten. Deze groep mensen weet precies wat verlangen inhoudt, vooral in de onvervulde vorm. Hoe verenig je al die motieven in één berg? Continue reading Blauw van verlangen

De visite is er

Arti et Amicitiae, Amsterdam – 2, 3 en 4 november 1999

De nieuwe maatschappij – jaargang 3 – nummer 6 – 1999

Vrijdag 5 november

 

De dag erna. Nog even kijken hoe het er in Arti bijstaat. Niemand meer te zien. De visite is naar huis. De zalen zijn weer opgeruimd – de muren weer afwachtend wit.

Donderdag 23 september

Als eind september blijkt dat er door noodzakelijke verschuivingen in de programmering begin november een gat van zo’n tien dagen valt, zijn er twee dingen mogelijk.

 

 

Of de lopende de tentoonstelling wordt een week verlengd of er moet hals over kop iets anders bedacht worden: iets leuks. Dat leuke moet dan ook nog binnen vijf dagen te organiseren zijn. Het idee ontstaat om een aantal kunstenaarsinitiatieven van buiten Amsterdam te vragen. Elk initiatief krijgt een eigen ruimte en is zelf verantwoordelijk voor zijn uiteindelijke presentatie. Het is een plan dat kans maakt. Een groot deel van de organisatie zou hiermee gedelegeerd zijn, terwijl we tegelijkertijd (jonge) kunstenaars een prachtige ruimte bieden voor het maken en tonen van een nieuw werk. Alleen: is zoiets haalbaar, op zeer korte termijn en met een minimaal budget. Continue reading De visite is er

Mondriaans unvollendete

Nu nog een paar maanden. Straks nog een dag. Een laatste uur. Nog een minuutje de tijd om de champagne klaar te zetten en dan valt de deur achter ons dicht. Het tweede millennium is afgesloten. Het derde begint en we staan oog in oog met duizend lege jaren. We zullen er slechts enkele decennia van meemaken. Omdraaien kan niet meer, terugblikken wel.

Was het tweede millennium ons millennium? Waren de jaren die we deelden met Dante, Mozart en Newton onze jaren? In dat perspektief is iedereen in dit millennium een tijdgenoot. Alsof we er zelf bij waren toen Masaccio de Brancaccikapel voorzag van louter meesterwerken. Zie je de snelheid waarmee zijn kwast de drogende kalk voorblijft? Voel je de dampige lucht? In onze jaren kijken we samen met Johannes Vermeer naar Delft. Het regent niet meer en de schilder heeft zojuist zijn werkzaamheden hervat. Onze tijd is vertrouwd; als de dag van gisteren. Continue reading Mondriaans unvollendete

Voor het open raam

De prijsvraag ‘Het meest autonome kunstwerk van 1998’ is een wedstrijd waar je niet zomaar aan deel kan nemen. Daarvoor is de vraag te absurd. Hoe kan je competitie voeren met de autonomie van een kunstwerk? Een autonoom kunstwerk is een bronzen beeld op een sokkel of een schilderij in een witte ruimte maar niet iets waar je een jury op loslaat. De begrippen autonomie en jurering staan zelfs haaks op elkaar.

 

Met deze prijsvraag wordt dan ook niet een aantal kunstwerken ter jurering voorgelegd maar het begrip autonome kunst. Wanneer is iets autonoom? Hoe vanzelfsprekend is de autonomie van de kunst? Nadat ergens halverwege de vorige eeuw kunstenaars zich bevrijd hadden van allerlei sociale en morele doelstellingen die aan het maken van een kunstwerk vooraf gingen is dat het geval. Destijds heette dat l’art pour l’art en het wordt nu autonome kunst genoemd maar de bedoelingen zijn hetzelfde: een kunstwerk beantwoordt alleen aan haar eigen regels en kent geen voorwaarden. Kortom niets dat houvast biedt voor jurering. De kunst is een vrijstaat; een kunstwerk bestaat alleen omwille van zichzelf.
Continue reading Voor het open raam

Brief 4

Het Meeste komt Vaker Voor

Maandag 13 februari 1995

Het spijt me niet meer van u te horen. Gaat deze corresponden­tie een richting op die u niet be­valt? Misschien heeft u geen tijd gehad om te schrijven. Babbel ik te veel? Ik weet het niet. Mocht u wachten op het nakomen van mijn belof­te om iets te schrij­ven over weergave en illu­stratie, bij deze.

Als inleiding heb ik drie aantekeningen. De eerste speelt zich af in de Middeleeuwen maar begint bij Aristoteles. Die zou namelijk lange lijsten hebben samengesteld van de dingen die in de wereld voorko­men. Gewoon opsommingen zoals aap, noot, meisje, huis, boom, beest; zonder interpretatie of verkla­ring (al weet ik dat niet zeker want ik heb nog nooit zo’n lijst ge­zien). In de Middeleeuwen moeten die lijsten nog bestaan hebben. Als men bijvoorbeeld wilde weten hoe­veel benen een paard heeft, raadpleegde men eerder zo’n lijst dan het paard in de stal. Continue reading Brief 4

Brief 3

Het Meeste komt Vaker Voor

Vrijdag 23 december 1994

Hartelijk dank voor uw brief. Ik stel het zeer op prijs dat u zoveel tijd voor me uittrekt. Zelden krijg ik de gelegenheid te corresponde­ren over zaken die me zo na aan het hart liggen. Op dit moment sta ik zelfs te popelen om van wal te steken. Eergisterenmiddag vond ik namelijk de ontbrekende schakels van een aardige geschiedenis die ik u niet zal onthouden:

Het verhaal begint in het 18e eeuwse Venetië bij graaf Gasparo Gozzi (1713 – 1786). Of bij zijn broer Carlo. Dat kan namelijk ook want ze waren allebei (toneel)schrijver en criti­cus. Door een van hen werd in ieder geval een lijst gemaakt met 36 dramati­sche en tragische situa­ties. Hierbij moeten we denken aan thema’s zoals `Verloren Geliefden’ en `Een Onschul­dige Ver­dacht’. Volgens Gozzi zou al het menselijke handelen binnen deze 36 situaties te rubriceren zijn.

Eerst Schiller en daarna Goethe hebben geprobeerd dit schema onderuit te halen maar konden uiteindelijk niets anders con­stateren dan dat het allemaal klopte: er zijn niet meer en niet minder dan 36 dramatische situaties mogelijk en nodig. Toch probeert de Fransman Gérard de Nerval (1808 – 1855) het ook nog een keer in het blad `L’Artiste’. Op basis van de zeven doodzon­den bouwt hij een schema van 24 dramatische situaties, maar `Gulzig­heid’ is niet zo’n best uitgangspunt voor drama. Ook `Luiheid en Vadsigheid’ willen niet echt van de grond komen. Zijn poging vindt geen navolging. Continue reading Brief 3

Brief 2

Het Meeste komt Vaker Voor

Vrijdag 4 november 1994

“Er is niets poëtischer dan de werkelijkheid”. Zo mag ik het horen! Zeer verguld ben ik met uw brief van 16 oktober.

“Droge feiten bestaan eigenlijk niet”, hoera! Wellicht kan ik me nu een paar kant­tekeningen veroorloven.

 

 

Ik meen dat er verschillende soorten feiten zijn. Veel is inderdaad persoonlijk gekleurd, ook in de wetenschappelijke wereld, maar er zijn ook onbaatzuchtige feiten. Feiten die geen rol spelen binnen onze eigen opvattingen maar waar we wel op terug kunnen vallen. De belangloze feiten: de zon komt `s ochtends al op in het oosten voordat ik daar ook maar iets van wil vinden. Of de feiten die met algemene stemmen worden aangenomen: gras is groen omdat groen de kleur is van gras. En dan zijn er ook nog zaken waar niemand omheen kan zodat er wel een consensus moet ontstaan: als 6 miljard mensen niet door een betonnen muur kunnen lopen wil ik graag geloven dat die muur er inderdaad staat. Met betrekking tot mijn eigen huis en rust acht ik dit belangrijk. Continue reading Brief 2

Brief 1

Het Meeste komt Vaker Voor

Vrijdag 7 oktober 1994

In het NRC-Handelsblad van 29 september j.l. stelt een van uw critici, Dhr. Koppelaar: “Een ontmoeting van twee tijgers modelleert hij via differentiaalvergelijkingen alsof die tijgers die differenti­aalvergelijkingen in werkelijkheid oplossen. Dat is geen wetenschap, eerder kunst”.

 

Alsof een appel kennis moet hebben van de gravitatie wetten om te kunnen vallen en het heelal weigert uit te dijen zonder de constante van Hubble. Als de natuurwetten de ‘ziel’ zijn van de dode dingen dan kan ik me voorstellen dat een beweeglijke wiskunde, zoals die van matrices en differentiaalvergelijkin­gen, de gedragingen van de levende dingen kan beschrijven.

Interessant is het dat u blijkbaar probeert een wiskundige vorm te vinden voor alle aspecten van het menselijk bestaan. Dat dit afschu­welijk ingewikkeld is wil ik graag geloven.

Als beeldend kunstenaar geef ik Koppelaar graag gelijk: een ontmoe­ting voorstel­len als een differenti­aal vergelijking spreekt mij zeer tot de verbeelding. In mijn vorige tentoon­stelling (Breda, Lokaal 01, Mei 1994) heb ik geprobeerd erach­ter te komen of een aantal `droge’ feiten poëzie kunnen ople­veren. Met oog op de volgende expositie (Kunstruimte Kampen – maart 1995) zou ik u willen vragen: heeft Koppelaar gelijk? Kunt U een ontmoeting wiskundig voorstel­len? En blijft er in een derge­lijke verge­lijking iets zicht­baar van de sub­jectieve motieven; hoe intiem kan wiskunde worden? Maakt het voor u uit of het om een ont­moeting van twee mensen gaat of om groepen?

Waarschijnlijk komt het er op neer dat deze vragen buiten de orde liggen of te simpel zijn, maar zou u kunnen aangeven waar de raak­vlak­ken dan wel liggen?

Ik begrijp dat u voor de beantwoording van deze vragen geneigd bent te verwijzen naar uw publicaties, en gelijk heeft u, maar ik zou er waar­schijnlijk niets van begrijpen. Mijn is eerste vraag is kortom: kunnen we over genoemde onderwerpen corres­ponderen?

Met de vriendelijke groeten,