Rijksgebouwendienst

Vlak bij de Utrechtsebrug in Amsterdam, aan de rand van het industrieterrein Overamstel, bevindt zich sinds 1988 de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Na een uitvoerige verbouwing biedt het gebouwencomplex nu onderdak aan een aantal instituten die zijn gefuseerd onder de naam Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatie (NIWI) en aan het P.J. Meertens Instituut.

Aangezien de stedelijke situatie weinig kwaliteit bezit, is het gebouwencomplex vooral naar binnen gericht. Een 50 meter lange binnentuin vormt een patio die vanuit het aangrenzende restaurant en een groot aantal studieruimtes toegankelijk is. Halverwege wordt de patio doorsneden door een glazen corridor die toegang biedt tot het achtergelegen archief. Betonbalken overspannen de ruimte op verdiepingsniveau als een pergola.

De aard van het gebouw, een naar binnen gekeerd studiecentrum met een omsloten patio, was aanleiding om vanuit de beeldende kunst een integraal inrichtingsplan te maken. Hiervoor was zowel een inrichtingsbudget beschikbaar als een uit de percentageregeling voortkomend kunstbudget. De opdracht voor de inrichting van de patio en de kunsttoepassing werd in 1996 verleend aan Robbert Ritmeester.

De mogelijkheid om de inrichting van de patio en de kunsttoepassing op elkaar af te stemmen, leende zich uitstekend voor het maken van een installatie: voor een theatrale enscenering waarbij niet de onderdelen zelf, maar het samenspel van die onderdelen het kunstwerk vormt. Zoals een toneelvoorstelling het samenspel is van personages, decor en het verband tussen opeenvolgende scènes. Een rij zilverberkjes en een zwarte achterwand dienen als decor; de kunsttoepassingen zijn vermomd als attributen.

Achter in de patio staat een 3,5 meter hoog kamerscherm. De diamant-glazen panelen daarvan zijn bedrukt met een patroon waarin teksten zijn uitgespaard. Lange lijsten maken melding van duizenden ‘personages’. Ze zijn ontleend aan de samenvattingen voor films en toneelstukken zoals die in omroepbladen terug te vinden zijn: een ongelukkige huisvrouw + een veelbelovende fotograaf + een criminele halfbroer, enz. Allemaal karakters die deel uitmaken van een dramatische gebeurtenis en die, willekeurig met elkaar gecombineerd, steeds weer andere verhaallijnen opleveren. De lijsten zijn leesbaar, dus niet in spiegelschrift, als we achter het kamerscherm staan. Letterlijk door de tekst heen lezend gluren we de patio in. Moeten we ons verkleden voor we opgaan?

Helemaal aan de andere kant van de patio, vooraan bij het restaurant, staat ook een meubelstuk. Een tafel (135 cm x 450 cm) met, tussen de lagen van het glazen blad, gezeefdrukte teksten. Zwevend boven de onderste laag van geel email-glas staan honderden zinnen. Ze zijn ontleend aan de horoscopen die in glossy damesbladen en in sommige kranten staan. Voorspellingen over hoe het leven verder zou kunnen gaan; over wat u allemaal staat te wachten. Verstandige mensen hechten daar waarschijnlijk geen waarde aan, maar als er zomer’s buiten gegeten kan worden, is dit prettiger met de aankondiging: “De komende tijd wordt voor u een absoluut hoogtepunt!”, dan met de naargeestige belofte: “Het wordt morgen weer een rotdag”.

Het kamerscherm en de tafel omsluiten de patio alsof de voorstelling zich afspeelt tussen wie je bent en wat er zou kunnen gebeuren. Op het toneel zelf, uitgelicht door grote theatrale spotlampen, staat een rij witte boompjes voor een zwarte achterwand. Het decor voor een korte dialoog:
“De horizon is nu nog maar 6 kilometer van ons verwijderd.”/ “Als we op een kistje van 50 centimeter hoog gaan staan, verschuift de horizon 900 meter.”