De visite is er

Arti et Amicitiae, Amsterdam – 2, 3 en 4 november 1999

De nieuwe maatschappij – jaargang 3 – nummer 6 – 1999

Vrijdag 5 november

De dag erna. Nog even kijken hoe het er in Arti bijstaat. Niemand meer te zien. De visite is naar huis. De zalen zijn weer opgeruimd – de muren weer afwachtend wit.

Donderdag 23 september

Als eind september blijkt dat er door noodzakelijke verschuivingen in de programmering begin november een gat van zo’n tien dagen valt, zijn er twee dingen mogelijk. Of de lopende de tentoonstelling wordt een week verlengd of er moet hals over kop iets anders bedacht worden: iets leuks. Dat leuke moet dan ook nog binnen vijf dagen te organiseren zijn. Het idee ontstaat om een aantal kunstenaarsinitiatieven van buiten Amsterdam te vragen. Elk initiatief krijgt een eigen ruimte en is zelf verantwoordelijk voor zijn uiteindelijke presentatie. Het is een plan dat kans maakt. Een groot deel van de organisatie zou hiermee gedelegeerd zijn, terwijl we tegelijkertijd (jonge) kunstenaars een prachtige ruimte bieden voor het maken en tonen van een nieuw werk. Alleen: is zoiets haalbaar, op zeer korte termijn en met een minimaal budget.

Vrijdag l oktober

Een rondje bellen:’ We hebben mooie zalen in het hartje van Amsterdam, maar geen geld voor materiaal of reiskosten en ik wil nu weten of jullie komen’. Diezelfde avond belt Ad van Rosmalen namens Lokaal 01 uit Breda terug: ‘We huren een bus en komen. Met zestien man.’
Kort daarop volgen meer enthousiaste telefoontjes. Leve de GSM! Zelfs de uitgesproken wensen voor een bepaalde ruimte, stemmen moeiteloos overeen met wat beschikbaar is. Er rust een zegen op deze onderneming.

Dinsdag 26 oktober

Een dag te vroeg komen de eerste gasten aan. Jane Bendix en Helle Lysh0j (namens ARTIS – Den Bosch) hebben, niet veel meer bagage dan een koffiezetapparaat. Ze werkten nog niet eerder samen en hebben geen speciale plannen. Dan Geesin (Archipel -Apeldoorn) daarentegen weet precies wat hij wil en gaat gelijk aan de slag. Sjoerd Lautenbach en Michel IJspeerd (Niggendijker uit Groningen) brengen ons vele potjes verf, een overheadprojector en twee elektrische gitaren. Een verrijdbare camera zorgt voor een directe verbinding met een monitor in de sociëteit beneden. Het is begonnen.
In de loop van de week ontstaat steeds meer het beeld van een feestje. Heel anders dan wanneer er bestaand werk wordt opgehangen. Deze installaties ontstaan ter plekke en het is vaak moeilijk te zien waar het werk van de ene kunstenaar eindigt en dat van een ander begint. Sasker Scheerder (Planet Art – Hengelo) zegt: ‘We gaan respectloos met elkaars werk om, maar wel met respect!’ Als Dan Geesin klaar is met zijn ruimtelijke installatie van blauwe en bruine lijnen, verhuist de steiger die daarvoor nodig was naar de zaal van Niggendijker. Op de bovenste verdieping woont dan al snel een engeltje met veel wasgoed en ballonnen. De onderste verdieping wordt gebruikt voor het smelten van chocola. Gijs Muller (Kunstruimte Kampen) vindt een nog veel grotere steiger en hangt zijn bijdrage aan de gevel van Arti. Voor zijn ruimte binnen nodigt hij weer drie nieuwe mensen uit. Het is niet helemaal overzichtelijk maar uiteindelijk zullen zo’n vijfendertig mensen op visite komen. En meerdere keren wordt me de vraag gesteld: ‘Hoe wordt je hier eigenlijk lid?!’

Donderdag 4 november.

De laatste dag. Lokaal 01 arriveert en in de grote zaal ontstaat een enorme activiteit die de hele dag zal duren. De twee lange wanden worden verdeeld in zestien gelijke vakken – elke schilder/tekenaar krijgt er één – en al snel ontstaat er een staalkaart van elke denkbare techniek en stijl. Aan het eind van de middag verandert de sfeer in Arti weer abrupt. Er is een scherpe overgang tussen de atelierachtige situatie en de tentoonstelling. Het tonen van het werkproces is al enige jaren populair – dat gebeurde in Arti de afgelopen twee dagen ook – maar in het zicht van de finissage wordt er opgeruimd. Ineens verdwijnen de grote afdekzeilen met de artistieke potjes verf. Tasjes en verpakkingen worden opgeborgen en ik zie zelfs iemand met een sponsje een paar vlekjes van de vloer verwijderen. Uiteindelijk wordt toch het werk getoond. Men maakt zich klaar voor de avond. In de grote zaal wordt met paaltjes en touwen een parcours uitgezet. Het is een simpele ingreep die het museale karakter van de grote zaal behoorlijk aantast. Het publiek zigzagt daarna via alle gemaakte schilderingen naar de bar achterin. Mensenwerk.

Voor de kunstenaars van Planet Art uit Hengelo, gespecialiseerd in bewegende beelden, shitty art noise en alles waar stroom en elektronica bij komt kijken, begint het dan pas. Ze arriveren met niet alleen (nog meer) computers en beeldschermen maar ook met een twee persoonsbed in rasta kleuren. Van daaruit wordt met een stemgenerator en een afstandsbediening de wereld bestierd. ‘Bedpeace’ noemen ze dat in navolging van John en Yoko. Ze mogen daar graag iets bij roken en drinken. Het is nog maar moeilijk te volgen wat er allemaal gaande is. Dan Geesin speelt piano, de Niggendijkers gitaar, Planet Art maakt herrie. De Lokaal 01’ers beginnen, geheel volgens plan, hun wand-schilderingen weer over te witten. Wie even is gaan eten of in een andere zaal staat valt in het gat tussen bijna klaar en alweer weg.

Vrijdag 5 november

Visite en vis blijven drie dagen fris. Zo is het, maar het was wel erg leuk.

Door Robbert Ritmeester