Blauw van verlangen

Groene Amsterdammer (naar artikel)
26 augustus 2000 

Er was eens iemand jarig maar die had alles al. Wat te doen? Gewone kadootjes kunnen niet en het lijkt het beste om iets te geven dat dezelfde avond weer opraakt. Lekkere hapjes uit een vreemd-eten winkeltje bijvoorbeeld. Of mallotige likeurtjes. Jarenlang was dit een bevredigende oplossing.

Inmiddels is de alleshebbende vriend geen uitzondering meer. Iedereen heeft alles al. De hapjes worden door de traiteur aan huis gebracht en likeurtjes drinken we bij voorkeur in het land van herkomst. Een verlanglijstje is een curiosum uit de vorige eeuw geworden. Als er al iets te wensen valt dan betreft dat steevast verlangens die omgekeerd evenredig zijn aan onze rijkdom: minder files; meer frisse lucht, minder drinken en meer tijd. Eigenlijk is ons aller grootste verlangen of het wat minder goed zou kunnen gaan.

En nu dus een berg. Nederland heeft dringend behoefte aan een eigen berg. Waarom geen koraalrif of een poolvlakte? Omdat een berg zo leuk contrasteert met het platte landschap? Of omdat een berg een hele hoop is. Lekker veel. Aan de ene kant zou ik zeggen: koester dit verlangen. Doe er alles aan om geen berg te krijgen, zodat we er tot het einde der tijden om kunnen jengelen. Aan de andere kant is het niet helemaal waar dat iedereen alles al heeft. Er is een groep Nederlanders die steeds minder vaak wordt uitgenodigd om mee te eten. Deze groep mensen weet precies wat verlangen inhoudt, vooral in de onvervulde vorm. Hoe verenig je al die motieven in één berg?

In de schilderskunst bestaat het begrip atmosferisch perspectief. Dit houdt in dat dingen die verder weg zijn blauwer lijken. Alleen het energieke blauwe licht overleeft de lange reis door de atmosfeer. (Om dezelfde reden is de lucht blauw; dan weet u dat ook gelijk.) Landschapsschilderijen, bijvoorbeeld die van Dürer, kenmerken zich door drie coulissen. Vooraan bevindt zich het goudgele koren en het fris groene gras. Op het middenplan staan de flets groene- en wazige van Dijck-bruine olijfbomen. En helemaal achterin, bovenop de horizon, de blauwe bergen. Het is allemaal illusie. Een picturale constructie die een enorme diepte suggereert. Maar het is wel een constructie die in het echt ook bestaat. Gelukkig maar want nu kunnen we die blauwe bergen ook eens van dichtbij gaan bekijken. Ha ha gefopt! Na een lange wandeling blijkt de eens zo blauwe berg niet meer blauw te zijn. Als een liedje van verlangen dat zich eindeloos herhaalt, zijn opnieuw alleen de bergen aan de horizon blauw gekleurd. Het doet je wel beseffen: als Nederland straks een berg krijgt, laat het dan in hemelsnaam een blauwe zijn!

Als er eenmaal besloten is voor een blauwe berg dan volgt de rest vanzelf. Zoals de locatie. Heel Nederland moet aan de voet van de berg liggen, zodat iedereen zijn hoopvolle verlangens in de berg kan projecteren. Zoals een kaarsje in een verjaardagstaart komt de berg in het midden van het land. Pak een passer en teken een cirkel om Nederland heen. Het middelpunt ligt in zuidelijk Flevoland aan de rand van het Eemmeer. Dat komt mooi uit; een betere plek voor een flinke berg was er waarschijnlijk niet te vinden. Hoe hoog moet de berg worden? Ook dat is niet moeilijk. De kromming van de aarde verrekend met de afstand tot Limburg of Groningen resulteert in een minimale hoogte van twee kilometer. Dat vind ik niet genoeg. Laten we daar dus maar gelijk het dubbele van maken. Vier kilometer, maar dan wel met de garantie dat er sneeuw op blijft liggen.

Inmiddels willen de ingenieurs weten hou we dit gaan aanpakken. Heel simpel, het is eigenlijk al klaar. Een Nederlandse berg staat uiteraard op palen. We bouwen niet zomaar iets na zonder daar ook iets aan toe te voegen. Die palen moeten goed zichtbaar zijn. De eigenlijke berg begint daardoor pas op tien meter hoogte. Vanaf die hoogte worden smeedijzeren spanten bekleed met koperen platen. Een bekende methode. Dezelfde techniek is ook gebruikt voor het vrijheidsbeeld in New York. Ook de chemisch behandeling van het koper waardoor de blauwe patina ontstaat, is beproerfd. Als er maar begonnen wordt vanuit een brede basis is het verder een kwestie van stug doorknutselen.

De berg is klaar. Voor het eerst sinds tijden kijkt heel Nederland kijkt weer verlangend naar de horizon. Daar in de verte, in het heldere daglicht, staat de hoogste piek van Nederland. Naast de berg geen kleinere bergen voor een tweede of een derde prijs. Alleen deze ene.

De bus stopt in de schaduw tussen de palen onder de berg. Er is geen trap. En ook geen lift. De tien meter hoge palen vormen een vrijwel onneembare hindernis. Dagjesmensen die een recreatieve bergwandeling in gedachte hadden maken rechtsomkeerts. Slechts een enkele doorzetter weet de eigenlijke berg wel te bereiken. Het zal daarna niet veel makkelijker worden. De koperplaten zijn glad en de berg is stijl. Bovendien blijkt de aannemer een boef te zijn. Vanaf tweeduizend meter zitten er steeds vaker platen los. Sommige ontbreken volledig. Bij de berekening van de constructie zijn fatale fouten gemaakt. De ene avonturier na de andere lazert naar beneden. Buitenlangs maar ook binnenlangs. Er gaat van alles mis. Het liedje van verlangen, dat deze berg symboliseert, is voor de meesten snel gezongen. Is er misschien opzet in het spel? Maar zelfs het weer zit nooit eens mee en na een maand, en talloze fatale ongelukken later, besluit de overheid om de berg te sluiten. Er worden hekken geplaatst. Eens te meer worden de romantici die het niet bij dromen kunnen laten, een calvinistisch kopje kleiner gemaakt. De blauwe berg is een vanzelfsprekend onderdeel, nee, zelfs een symbool van onze vaderlandse geschiedenis geworden. Bravo! En opnieuw verzamelen zich grote groepen mensen aan de voet van de berg. Ze staren omhoog en dromen weg. Wat dit land eigenlijk nodig heeft is zowel een ode aan de zwaartekracht als een antwoord op de vraag of die zwaartekracht na zes uur ‘s avonds niet uit kan.

Robbert Ritmeester